- Wij willen dat zoveel mogelijk mensen aan het werk gaan. Bij om- en bijscholing richten wij ons op iemands talenten en mogelijkheden en hoe deze aansluiten op de arbeidsmarkt. Wanneer de stap naar regulier werk nog te groot is, begeleiden wij onze inwoners naar beschut werk en leerwerkplekken.
- Het onderwijs en het bedrijfsleven werken nauw samen om te zorgen dat er voldoende passende banen zijn voor wie klaar is met zijn opleiding.
- Wie naar vermogen bijdraagt, kan op onze ondersteuning rekenen. Het verliezen van een baan is al ingrijpend genoeg. Wel vinden dat wij voor het ontvangen van een uitkering een tegenprestatie mogen verwachten, omdat wij het belangrijk vinden dat mensen blijven meedoen in de samenleving.
- Wie minder bijdraagt, kan ook minder een beroep doen op de samenleving. Als je bijstand ontvangt maar de sollicitatieplicht niet naleeft of geen tegenprestatie verricht, verlies je je uitkering, dan wel wordt deze verlaagd binnen de wettelijke mogelijkheden.
- Uitkeringsgerechtigden die onvoldoende ingeburgerd zijn, kunnen als tegenprestatie verplicht worden op onderdelen te werken aan inburgering en integratie.
- Fraude met uitkeringen door uitkeringsgerechtigden is diefstal. Onterecht betaalde uitkeringen worden tot op de laatste cent teruggevorderd bovenop de boete die wordt opgelegd.
- Mensen die echt niet kunnen werken, verdienen een vangnet: een uitkering. Ook mensen die hun baan kwijtraken, verdienen een tijdelijk steuntje in de rug om weer snel aan de slag te komen.
Vroeg signalering van schulden of andersoortige huiselijke problemen is van groot belang om adequaat hulp te kunnen bieden.
Het armoedebeleid heeft tot doel dat mensen zo snel mogelijk van een uitkeringssituatie naar een betaalde baan gaan. Wanneer iemand van een uitkering naar een baan gaat, is dat financieel merkbaar. Armoederegelingen die dit belemmeren (de zogenoemde armoedeval) dienen te worden afgeschaft.